Drie in een

Natuur, milieu en landschap worden vaak in een adem genoemd. Er wordt min of meer gedoeld op 'environment', zoals de Engelsen dat duiden. Een goed Nederlands equivalent is er niet. Wat met natuur bedoeld wordt, is wel duidelijk: al wat leeft, van bacteriën en schimmels tot aan planten en dieren. Biodiversiteit en de achteruitgang ervan is hier aan gekoppeld. Landschap is ook wel duidelijk: de aanblik buiten, zoals wij dat zien: horizon, beplanting, grond(soort), water, lucht: dat alles in een samenhangend plaatje. Van oudsher zagen we dat vanaf ooghoogte, zo'n anderhalve meter boven maaiveld. Met vliegerfoto's, drones, vliegtuigen en satellieten is onze blik verruimd naar een hoger perspectief. De hedendaagse bouwnijverheid en infrastructurele netwerken waren enkele jaren gelden aanleiding om het begrip 'landschapspijn' te moeten invoeren. Rest het milieu. Wat is dat zoal? De bodem(kwaliteit) en grondsoort, het water en de (fysisch-chemische) waterkwaliteit, de lucht(kwaliteit); in feite de basisvoorzieningen en randvoorwaarden voor de natuur die er kan voorkomen en het landschap wat het eindplaatje ervan oplevert. 'Alles is overal, maar het milieu selecteert', is een bekende ecologische wetmatigheid. Milieukwaliteit en milieuvervuiling zijn de eerste associaties bij dit derde begrip. Opmerkelijk en zorgwekkend in deze visie is het impliciet ontbreken van Homo sapiens. Ten onrechte, en dat is meer dan zorgelijk, plaatsen wij ons al weer een paar eeuwen boven en buiten de  natuurlijke wetmatigheden.

Milieuvervuiling